Dutch Dairy Farming v. American Style

Apr 23
Dutch Dairy Farming v. American Style Joris de Boer (left) tells us about his experience in dairying in both the Netherlands and USA

In the summer of 2012, Joris de Boer emigrated with his family to the Netherlands. Joris is originally Dutch but he grew up in America on a dairy farm. After gaining a lot of experience as a dairy sales manager, he then started working as a consultant. Here, Joris tells us about the main differences he's noticed between the two countries.

Let's start off by looking at the numbers..

More than 51,000 U.S. dairy farms provide milk, cheese and yogurt to the United States and other countries. About 97 percent of all dairy farms are family-owned. On dairy farms, the average herd size is 115 cows. In fact, 74 percent of dairy farms have fewer than 100 cows but farms with more than 100 cows produce 85 percent of the milk.

The average U.S. cow will produce nearly 7 gallons per day over the course of a typical year. That’s nearly 2,500 average gallons a year. U.S. dairy farms produce almost 196 billion pounds of milk annually. There are dairy farms spread across all 50 states and Puerto Rico. California produces the most milk — 21 percent of U.S. production.

The average dairy farm size in the Netherlands is 55 cows. Over the last 9 months in the Netherlands there have been some distinct differences I have noticed. In the U.S., dairies have invested more in capacity, management, and farm size whereas in the Netherlands, the investment has been more centred on labour savings, quota, and in general social (life) improvements. 

In the Netherlands we would find milk robots, manure robots, and feed robots, even lawn robots but In the United States they have labourers that perform these tasks. The average cost for land is also 10 times what it is in the United States. Obviously the Netherlands does have a distinct advantage in average harvest amounts, but this is limiting for young farmers who do not have family members in the agricultural world to begin a career in agriculture.  Because of the relatively high margin on Dutch dairy farms and the limiting factors associated with high land, quota, and building costs, most Dutch dairy farms have stayed smaller. This has also delayed the incentive to produce more milk, making the management on farm more relaxed and reactive towards issues. This differs with the United States, where low margins and constant need for growth has stimulated higher milk production and a more preventative and proactive approach.  There is more management to prevent issues rather than deal with the issues when they come up.

I sincerely feel in the future this will be challenged distinctly by economic factors associated with a quota free system in 2015.

______________________________________________________________________

In de zomer van 2012 emigreerde Joris de Boer met zijn gezin naar Nederland. Van origine is hij Nederlands, maar opgegroeid in Amerika op een melkveebedrijf. Na veel ervaring te hebben opgedaan als melkveehouder is hij gaan werken als salesmanager. Maar wat zijn nu interessante verschillen tussen de manier van werken tussen de twee landen?

Meer dan 51.000 Amerikaanse melkveebedrijven produceren melk, kaas en yoghurt voor de Verenigde Staten en andere landen. Ongeveer 97 procent van alle melkveebedrijven zijn familiebedrijven.
Op melkveebedrijven, de gemiddelde veestapel bestaat uit 115 koeien. Sterker nog, 74 procent van de melkveebedrijven heeft minder dan 100 koeien. Bedrijven met meer dan 100 koeien produceren 85 procent van de melk.

De gemiddelde Amerikaanse koe zal bijna 32 liter melk per dag produceren in de loop van een typisch jaar. Dat is bijna 1.1 miljoen liter gemiddeld per jaar. Amerikaanse melkveebedrijven produceren bijna 88 miljard kilo melk per jaar. Melkveebedrijven zijn verspreid over alle 50 staten en Puerto Rico. Californië produceert de meeste melk - 21 procent van de Amerikaanse productie.
Gemiddelde melkveebedrijfsgrootte in Nederland is 55 koeien.

In de afgelopen 9 maanden in Nederland heb ik een aantal duidelijke verschillen gemerkt tussen melkveehouderij in Nederland en hoe ik het gewend was in de VS. In de VS, hebben melkveehouders meer geïnvesteerd in capaciteit, beheer, en bedrijfsomvang. Terwijl in Nederland de investering meer gericht is op arbeidsbesparing, quota, en algemene maatschappelijke verbeteringen.

In Nederland vind je melkrobots, mestrobots, voerrobots, en zelfs gazonrobots. In de Verenigde Staten zijn er arbeiders (veelal vanuit Latijns-Amerika) die deze taken uitvoeren. De gemiddelde prijs voor land is in Nederland ook zeker 10 keer hoger dan in de Verenigde Staten. Vanwege de relatief hoge marge op Nederlandse melkveebedrijven en de beperkende factoren met betrekking tot de hoge grondprijs, quota en bouwkosten, zijn de meeste Nederlandse melkveebedrijven kleiner gebleven. Dit heeft ook de prikkel vertraagd om meer relatief melk te produceren, waardoor het management op de boerderij meer ontspannen en reactief is. In tegenstelling tot de VS, waar de lage marges en constante behoefte aan groei hogere melkproductie stimuleert en een meer preventieve en proactieve aanpak gebruikt wordt. Er is meer management om problemen te voorkomen in plaats van reageren met de problemen. Ik ben wel van mening dat dit in de toekomst zal veranderen in Nederland door de economische factoren in verband met een quotum vrij systeem in 2015.

 

All Categories